Het beste moment van het jaar vond ik vroeger de uitverkoop. In de sale gingen we steevast naar een andere stad met het gezin om uitgebreid te shoppen en te snuffelen tussen alle koopjes. Mijn moeder was een fan van de opruiming en die liefde heb ik 1-op-1 overgenomen, ook ik ben een echte koopjesjager. Als er een rek in de winkel staat met 30% erboven, dan sta ik daar in te rommelen. Vergeet de nieuwe collectie, ik doe het voor de korting! Vaak heb ik die spullen niet eens nodig, maar toch koop ik ze. Kortdurend voel ik me er beter door en als het gevoel van euforie is gezakt, grijp ik weer op de stapel met 1+1 om iets nieuws toe te voegen aan mijn groeiende stapel troep in huis. Mijn moeder zei altijd ‘jij vindt in elke winkel wel íets om te kopen’ en dat mantra geldt nog steeds voor mij. Er is altijd wel íets leuks! Van ontspullen had ik zelfs nog nooit gehoord!

De keerzijde hiervan begon een tijdje geleden om mijn nek te hangen.

Want naast deze koopjesliefde heb ik ook nog eens last van verzameldrang. Ik kan niet weggooien. Altijd denk ik dat ik nog wel iets kan met iets ouds. Dat oude jasje kan wel een keer tot tas worden getransformeerd (ik kan heel goed naaien, maar doe het te weinig) en dat stuk karton kan ik vast nog wel een keer gebruiken als ik wil knutselen met de kinderen. Een oud mandje? Dat pimp ik op een dag vast tot hippe bloempot. Die twee metalen kledinghangers? Daarvoor zag ik laatst op pinterest zo’n leuke tutorial voor een kattenmandje! Of ik die verzameling oude Garfieldknuffels nodig heb? Nee dat niet, maar ik vond ze vroeger zo leuk, hoe kan ik ze nou wegdoen?

Ik bewaar alles.

En dat hangt als een molensteen om mijn nek. Mijn huis is vol, ik kan in ons berghok geen stap meer zetten en mijn werkkamer ziet eruit alsof er een bom ontploft is. Ik ga daar heel creatief mee om, door beneden een werkhoekje in te richten voor mezelf (want dat is zo handig) door nu mijn slaapkamer als berghok te gebruiken (daar kan het prima staan) en door alles wat ik niet meer wil zien gewoon over de stapel heen te gooien (wat je niet ziet is er ook niet.)

JamesWallman

En toen was daar James Wallman. En James vroeg mij: Ga jij ook kopje-onder in je spullen?

James was zelfs zo aardig om daar een quizje over te maken voor me. Of mijn bezittingen me eerder plezier of stress opleveren? Als iemand mij iets geeft, denk ik dan: great, nog meer troep in huis? Als mijn keuken schoon en opgeruimd lijkt, is het dan netjes, of zou het met de deurtjes open één grote zwijnenstal zijn? Oké James, je hebt me door! Ik ben een koopjesjagende chaoot met verzamelwoede die niet te temperen is. De troep in mijn huis maakt me doodongelukkig en ik word gék van al die bergen bende in mijn huis! Maar wat stel je dan voor? Wat moet ik dan doen? Alles weggooien? En het dan weer langzaam dicht zien slibben over vijf jaar? Moet ik gaan leven met 16 dingen en daar creatief mee omgaan? Word ik daar gelukkig van denk je?

Want ik heb ook nog twee kinderen en een man en die gaan echt geen lepel delen hoor.

Voordat ik je ga vertellen wat James me vertelde, zal ik je zijn verhaal even kort vertellen, dan weet je met wie we te maken hebben. James Wallman is trendanalist en dat is goed te merken in zijn boek ‘Ontspullen’ (waar dat leuke quizje in staat en waarin je antwoord krijgt op de vraag of 1 lepel je gelukkig kan maken.) James bekijkt spullen en ontspullen vanuit het oogpunt van de vijf ‘trendvragen’, de vragen die je gebruikt om te meten of een nieuwigheidje blijvend is. Hij vraagt zich af of obsessief opruimen en ontspullen een blijvende oplossing voor het ‘spulprobleem’ is.

Trendvragen

James start zijn onderzoek met het uitdiepen van het minimalisme. Dit is het leven met de bare-necessities waarbij het tellen van bezittingen en blij zijn met slechts 33 stuks een boventoon lijken te voeren. Dus is dat de oplossing? 1 lepel? Nee, volgens James ligt dat niet in de lijn met onze natuurlijke drang tot het tonen van onze status en houden we bovendien te veel van spullen.

Klopt. I looooooove spullen! Daarom kan ik niet weggooien en blijf ik maar kopen.

Wat dan? Misschien is 1 lepel niet te bedoeling, maar James, wat moet ik dan doen om de uitdijende kasten in mijn huis te temperen? Moet ik dan terug naar de natuur? Eenvoudig leven? Is er een lijn tussen minimalisme en kapitalisme die blijvend kan zijn en ons gelukkig kan maken? Misschien kan ik me vinden in het verhaal van ‘doorsnee Dave’ oppert James. Hij vertelt me het verhaal van Dave, die heel gelukkig is mijn zijn baan, zijn vrouw, zijn hond, zijn huis, zijn kleding, zijn lepels…

Saaaaaaaai Dave! Ga eens wat nieuwe lepels kopen!

En dan weet James me ineens vol in mijn hart te raken. Hij vraagt me wat ik doe met een lepel. Ik antwoord natuurlijk dat ik ermee eet en dan uit James een gil van geluk, dát is mijn oplossing! Ik moet éten met de lepel! Ik moet geen lepels sparen, maar ik moet herinneringen van wat ik doe met de lepel sparen. De lepel is het geluk niet, maar wat ik dóe met de lepel is het geluk. Mijn ogen gaan open en wat James zegt dringt tot me door. Al die tijd dacht ik dat, als ik een nieuwe lepel ging kopen, ik daar automatisch nieuw geluk bij kreeg.

Ik ging voorbij aan het feit dat het geluk juist wordt gemaakt met die oude verroeste campinglepel die ik al jaren heb.

De lepel die is verbogen toen we er in de stromende regen in Normandië een blikje mee wilden openen. De lepel die dat weekendje in Zandvoort ook dienst deed als mes om de broodjes mee te snijden (kan met de achterkant) en te smeren. Met die enorme meeuw die toen dat broodje uit de handen van mijn man griste! De lepel die ik gebruikte toen ik mijn dochter in Italië een hapje gelato gaf in Volterra en zij zo hard boerde dat elke Italiaan op het terras dubbel lag! Wat kan mij die hippe lepel van dat ene chique servies nou schelen? Die stomme lepel die stof ligt te verzamelen in de kast omdat er misschien-een-keer-een-chique-diner-komt waarbij ik die kan gebruiken? Wat een onzin.

In zijn boek leert James me hoe ik ervoor kan zorgen dat ik niet langer in de verleiding kom om meer te kopen.

Hij is inspirerend en hij geeft zoveel voorbeelden die me een goed gevoel geven. Ik ben niet de enige die rondloopt met deze problemen en deze frustraties. Hij laat me zien dat het anders kan en vertelt me ook hoe het anders moet. Met praktische tips en een aantal heel goede inzichten. Hij leert me over mezelf en over spullen. Ik ben gered van mijn lepelcomplex en ik ben ervan overtuigd dat James ook jou kan redden! Hij geeft je achterin het boek een heel fijn stappenplan waarmee jij experiëntialist wordt en dat ook blijft. En er nog veel plezier aan zult beleven ook! (Hij leert je indirect ook sparen voor die lange reis naar Australië die je altijd al hebt willen maken!)

Ook klaar met spullen en troep? Maar bang voor weggooien en opruimen? Pak Ontspullen van James Wallman op, laat je inspireren en ga de strijd met de spullen aan!

WALLMAN_Ontspullen 300 dpi

Benieuwd geworden? Hier kun je het boek kopen.

Ontspullen – James Wallman – Kosmos uitgevers – €20,-

Bewaren

Facebooktwitterpinterest